Wat gewoon is en wat niet
In de eerste week na de bevalling is huilerig, wisselend en overweldigd zijn heel gewoon. Dat heet babyblues, komt bij de meeste vrouwen voor en zakt vanzelf binnen ongeveer tien dagen.
Blijft het langer dan twee weken, of wordt het zwaarder, dan is er meer aan de hand. Ongeveer een op de tien vrouwen krijgt een postpartumdepressie, meestal in de eerste maanden, maar het kan tot een jaar na de bevalling beginnen.
Herkenbaar zijn: geen plezier meer voelen, ook niet bij je kind, doorlopende schuldgevoelens, niet kunnen slapen als de baby wel slaapt, en het gevoel dat iedereen dit beter kan dan jij.
Ook partners kunnen dit krijgen, iets waar zelden naar gevraagd wordt.
Angst, dwang en een nare bevalling
Niet alles wat misgaat na een bevalling is somberheid. Veel vrouwen krijgen vooral angst: constant controleren of de baby nog ademt, niet durven slapen, niet alleen durven zijn.
Opdringende gedachten over dat je je kind iets zou kunnen aandoen komen vaker voor dan mensen denken, en zijn bijna altijd een angstverschijnsel, geen voornemen. Ze horen bij dwangklachten na de bevalling. Erover vertellen is veilig en het is precies wat helpt.
Na een bevalling die traumatisch verliep, met spoed, veel pijn of het gevoel dat er niet naar je geluisterd werd, kunnen posttraumatische klachten ontstaan: herbeleven, schrikken, het ziekenhuis vermijden. Daar bestaat gerichte behandeling voor.
Waar je terechtkunt
De verloskundige blijft in de eerste weken vaak betrokken en is een laagdrempelig eerste adres. Ook de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau kan meedenken en verwijzen.
De huisarts is de route naar behandeling. Vraag naar de praktijkondersteuner ggz bij lichtere klachten, of om een verwijzing bij zwaardere.
Er zijn in Nederland gespecialiseerde poli's voor psychiatrie rond zwangerschap en bevalling. Vraag ernaar als klachten zwaar zijn of als je eerder een psychische episode had.
Bij een nare bevalling kun je bij je verloskundige of het ziekenhuis om een nagesprek vragen. Dat helpt vaak meer dan mensen verwachten, en het kan alsnog, ook een jaar later.
Hoe behandeling eruitziet met een baby erbij
Bij lichte tot matige klachten is een psychologische behandeling de eerste keuze: cognitieve gedragstherapie of interpersoonlijke therapie. Beide zijn bij postpartumdepressie goed onderzocht.
Bij traumatische bevallingservaringen wordt EMDR gebruikt, ook als je borstvoeding geeft. Dat is geen belemmering.
Medicatie kan bij zwaardere klachten, ook tijdens borstvoeding. Van verschillende antidepressiva is bekend dat er weinig in de moedermelk terechtkomt. Laat je hierover informeren in plaats van het op eigen houtje af te wijzen.
Praktisch: vraag om avondafspraken, online sessies of de mogelijkheid je baby mee te nemen. Veel behandelaars doen dat, maar zeggen het niet uit zichzelf.
Slaap is geen bijzaak. Een paar nachten waarin iemand anders de voeding doet, kan meer verschil maken dan drie gesprekken. Regel dat expliciet in plaats van te hopen dat het vanzelf komt.
Wanneer je meteen hulp zoekt
Bel dezelfde dag met je huisarts of de huisartsenpost bij gedachten aan jezelf iets aandoen, bij het gevoel dat je kind beter af is zonder jou, of als je niet meer voor je baby kunt zorgen.
Bij verwardheid, niet meer slapen zonder moe te zijn, of dingen zien of horen die er niet zijn, is er sprake van spoed. Dat kan wijzen op een postpartumpsychose, die zeldzaam is en snel behandelbaar.
Dit zeggen is geen bewijs dat je een slechte moeder bent. Het is de reden dat deze zorg bestaat.
Wat het kost
Zorg via de huisarts en de praktijkondersteuner ggz kost je niets extra. Behandeling in de ggz valt onder de basisverzekering, met verwijzing en eigen risico.
Kraamzorg en het consultatiebureau vallen buiten het eigen risico. Extra kraamuren of een postpartumdoula betaal je meestal zelf, soms deels vergoed uit een aanvullende polis.
Vraag bij je gemeente naar ondersteuning thuis als het echt niet lukt; via de Wmo of jeugdhulp is soms praktische hulp mogelijk.
Veelgestelde vragen
- Wanneer is het meer dan babyblues?
- Als klachten langer dan twee weken duren of zwaarder worden: geen plezier meer voelen, doorlopende schuldgevoelens, niet kunnen slapen als de baby slaapt.
- Kan ik behandeld worden tijdens borstvoeding?
- Ja. Psychologische behandeling en EMDR kunnen gewoon. Ook bij medicatie zijn er middelen waarvan weinig in de moedermelk komt.
- Ik heb enge gedachten over mijn baby, ben ik gevaarlijk?
- Opdringende, angstige gedachten zijn bijna altijd een angstverschijnsel en geen voornemen. Vertel het aan je huisarts, dat is veilig en het helpt.
- Kan ik nog iets doen aan een nare bevalling van vorig jaar?
- Ja. Een nagesprek bij verloskundige of ziekenhuis kan alsnog, en EMDR werkt ook jaren later.
- Kan mijn partner dit ook krijgen?
- Ja. Ook partners krijgen depressieve en angstklachten na de geboorte. Dezelfde route via de huisarts geldt.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen huisarts of professionele zorg. Bij acute nood: bel 112 of je huisarts.

