“Ik telde niet in maanden. Ik telde in kansen die voorbijgingen.”
Het eerste jaar: we hadden gewoon geluk nodig
In het begin was het bijna leuk. We stopten met de pil, we maakten er grapjes over, we deden alsof we heel relaxed waren. Ik kocht één keer een test en dacht: die gaat vast meteen goed.
Na zes maanden begon ik te rekenen. Na negen maanden begon ik te liegen tegen mezelf over waarom ik rekende. Ik zei tegen vriendinnen dat we het rustig aandeden, terwijl ik in mijn telefoon een app had waar mijn hele lichaam in stond.
Wat niemand je vertelt is dat een kinderwens een ritme krijgt. Twee weken hoop, dan een week spanning, dan een dag verdriet, en dan begint het opnieuw. Dat ritme heeft mij vier jaar geregeerd.
Onderzoeken, en het gevoel een dossier te worden
We kwamen in het ziekenhuis terecht. Ik snap dat het zorgvuldig moet, en toch was ik na een paar maanden vooral een verzameling waardes. Bloed, echo, planning, een gesprek van tien minuten waarin iemand naar een scherm keek.
Er kwam geen duidelijke oorzaak uit. Onverklaard, heet dat. Ik dacht dat dat goed nieuws zou zijn. Het was het tegenovergestelde: er was niks om te repareren, dus ook niks om je aan vast te houden.
Bij de derde behandeling merkte ik dat ik niet meer huilde als het misging. Ik ruimde de test op en ging werken. Dat leek sterk. Achteraf denk ik dat ik daar het meest verdwaald was.
Wat het met ons samen deed
Mijn vriend rouwde in blokken. Een avond intens, en dan weer verder. Ik rouwde als een laag onder alles. Wij dachten allebei dat de ander het minder erg vond. Dat is bijna misgegaan.
We hebben er een half jaar bijna niet over gepraat, want elk gesprek eindigde in wie het zwaarder had. Uiteindelijk zijn we naar een gesprek gegaan met iemand die gespecialiseerd is in ongewenste kinderloosheid. Die vroeg niet naar behandelingen. Die vroeg: wat mis je in elkaar op dit moment.
Sindsdien hebben we een afspraak die simpel klinkt en veel heeft gered. Elke zondag twintig minuten over de kinderwens, en daarna niet meer, tenzij een van ons erom vraagt. Niet om het weg te stoppen, maar om er niet mee te leven in elke kamer van het huis.
De groep waar ik eerst niet heen wilde
Ik had een enorme weerstand tegen een lotgenotengroep. Ik dacht: straks zit ik in een kring met verdriet dat ik zelf al genoeg heb.
Het bleek het tegenovergestelde. Er werd gelachen. Er zat een vrouw die precies vertelde hoe ze bij een babyshower naar het toilet ging om even te ademen, en iedereen knikte. Ik hoefde niets uit te leggen. Dat is de kortste beschrijving van waarom het hielp.
Wat ik daar leerde: verdriet dat gedeeld wordt, wordt niet minder groot, maar het gaat minder in de weg zitten.
Leren leven naast het verlangen
In het vierde jaar ben ik gesprekken gaan doen die gaan over waarden, ACT noemen ze dat. Niet om te accepteren dat het niet gebeurt, want dat wilde ik helemaal niet. Wel om de vraag te stellen: wat voor leven wil ik, ook als ik dit niet in de hand heb.
Dat leverde hele kleine dingen op. Ik ben weer gaan zingen in een koor. We hebben een reis geboekt in een maand die ik anders had vrijgehouden voor een behandeling. Ik heb mijn baan aangepast, omdat ik had gewacht met alles tot ik zwanger zou zijn.
Ik dacht dat dat opgeven was. Het bleek precies andersom: hoe meer leven ik naast het wachten zette, hoe minder het wachten mij opat.
Hoe het nu is
We zijn gestopt met behandelingen. Dat is het zwaarste besluit dat we samen hebben genomen, en het is geen punt maar een komma. Er zijn nog steeds dagen dat een aankondiging op mijn telefoon me even sloopt.
En er zijn dagen dat ik gewoon een goede dag heb, zonder dat ik daar schuldig over ben. Dat had ik drie jaar geleden niet geloofd.
Wat ik iemand zou meegeven: zoek hulp voordat je denkt dat het erg genoeg is. Ik heb drie jaar gewacht met praten omdat ik vond dat ik geen ziekte had. Ik had verdriet. Dat is genoeg reden.
Wat hielp
- Een hulpverlener die gespecialiseerd is in ongewenste kinderloosheid
- Vaste twintig minuten per week samen, en daarbuiten rust
- Een lotgenotengroep, ondanks mijn weerstand vooraf
- Gesprekken over waarden: wat wil ik naast dit verlangen
- Plannen maken in maanden die ik anders vrijhield
Wat niet hielp
- Cyclusapps en dagelijks meten; ik ging mijn lichaam beoordelen
- "Als je het loslaat gebeurt het vanzelf"
- Doen alsof ik het al verwerkt had omdat ik niet meer huilde
Ken je iemand die dit leest en denkt: dat ben ik?
Doorsturen kost een tel en kan het begin zijn van iets.
Dit zijn samengestelde ervaringsverhalen: geschreven op basis van wat ervaringsdeskundigen, hulpverleners en lotgenotengroepen ons vaak vertellen. Namen, plaatsen en details zijn veranderd, zodat niemand herkenbaar is. Wil je jouw verhaal delen? Laat het ons weten, we nemen echte verhalen graag op, met jouw toestemming. Deel je verhaal.


