Naar hoofdinhoud
ZorgQue

Herstel

Twintig jaar dacht ik dat ik gewoon zo was

Een sombere grondtoon die er altijd leek te zijn, tot iemand niet vroeg hoe het ging maar sinds wanneer het zo ging.

Daan, 47 · Tilburg · 10 min lezen · bijgewerkt 2026-08-23

Sfeerbeeld bij Twintig jaar dacht ik dat ik gewoon zo was
Ik had geen dieptepunt. Ik had een vlak dat al twintig jaar te laag lag.

Geen crisis, wel een grondtoon

Ik heb nooit in bed gelegen met de gordijnen dicht. Ik ging naar mijn werk, ik betaalde de rekeningen, ik hielp mijn buurman met verhuizen. Van buiten zag niemand iets.

Van binnen was er een soort grijs. Niets was leuk, niets was verschrikkelijk. Als iemand vroeg hoe het ging, zei ik prima, en dat voelde niet eens als liegen. Ik dacht echt dat dit voor iedereen zo was en dat andere mensen er beter mee omgingen.

Achteraf zie ik de sporen. Ik plande nooit iets voor de zomer. Ik had een lijst met dingen die ik ooit wilde en die lijst was tien jaar niet veranderd.

De vraag die anders was

Mijn vrouw heeft me een keer of vijf gevraagd of ik naar de huisarts wilde. Ik zei steeds: waarvoor.

Uiteindelijk ging ik voor iets lichamelijks, mijn rug. De huisarts vroeg aan het eind, met de deurknop bijna in zijn hand: hoelang voel je je al zo vlak. Niet hoe gaat het, maar hoelang. Dat maakte het opeens iets met een begin en dus mogelijk met een eind.

Ik ben in die kamer gaan huilen om een rug die niet zo veel voorstelde.

Wat er wel en niet gebeurde in therapie

Ik kreeg cognitieve gedragstherapie. Eerlijk: de eerste zes weken vond ik het onzin. Huiswerk, schema's, gedachten opschrijven. Ik was een man van 45 met een werkblad.

Wat kantelde was een oefening die niet over denken ging maar over doen. Ik moest per week drie dingen plannen die vroeger iets deden, ook als ik er geen zin in had. Niet om me beter te voelen, maar om te kijken wat er gebeurde.

Het bleek dat mijn zin altijd achter de handeling aan kwam. Nooit ervoor. Dat is een gek soort bevrijding: ik hoefde niet te wachten tot ik er zin in had, want die zin kwam alleen als ik niet wachtte.

Wat niet hielp waren de gesprekken waarin we gingen graven naar oorzaken uit mijn jeugd. Voor sommige mensen is dat precies de sleutel. Bij mij leverde het een verhaal op dat klopte en verder niets veranderde.

Medicatie, en mijn twijfel erover

Na een paar maanden hebben we medicatie besproken. Ik was daar erg tegen, om redenen die ik nooit hardop had onderzocht: dan ben ik het niet meer zelf.

Ik ben het gaan proberen met de afspraak dat we na drie maanden zouden kijken. De eerste weken waren rot, misselijk en onrustig. Daarna gebeurde iets subtiels: het grijs werd dunner. Niet vrolijk, wel ruimte.

Ik vertel dit erbij omdat mensen er stellig over doen, in beide richtingen. Voor mij was het geen oplossing en ook geen verraad. Het was een hulpmiddel waardoor de rest aankwam.

Het saaie deel dat het meeste deed

Wat mij op de lange termijn het meest heeft veranderd is het minst interessante: op tijd naar bed, elke ochtend een half uur buiten lopen, twee keer per week sporten met een maat die me belt als ik er niet ben.

Die laatste is de sleutel. Alleen sporten hield ik nooit vol. Iemand die op de parkeerplaats staat te wachten wel.

Ik drink ook bijna niet meer. Ik dacht altijd dat een biertje de rand eraf haalde. Het haalde vooral de volgende ochtend weg.

Wat ik nu weet

Twee jaar verder heb ik nog steeds dagen dat het grijs terugkomt. Het verschil is dat ik nu weet dat het een toestand is, geen persoon. Het gaat weer weg, meestal binnen een paar dagen, zeker als ik doe wat ik weet.

Ik vertel het inmiddels aan collega's als ze ernaar vragen. Er komt daarna vaak een gesprek waar ik nooit op had gerekend. Blijkbaar lopen er meer mannen rond met een grondtoon die te laag ligt.

Als je twijfelt of het bij jou erg genoeg is: vraag jezelf niet hoe erg het is, maar hoelang het al zo is.

Wat hielp

  • De vraag hoelang het al zo was, in plaats van hoe het ging
  • Activiteiten plannen zonder te wachten op zin
  • Medicatie als hulpmiddel, met een evaluatiemoment
  • Sporten met iemand die me erop aanspreekt
  • Slaap en buiten lopen, elke dag, ook zonder effect

Wat niet hielp

  • Zoeken naar één oorzaak in mijn verleden
  • Alcohol als manier om de rand eraf te halen
  • Wachten tot het erg genoeg zou worden om hulp te vragen

Ken je iemand die dit leest en denkt: dat ben ik?

Doorsturen kost een tel en kan het begin zijn van iets.

Ken je iemand die hier iets aan heeft?

Dit zijn samengestelde ervaringsverhalen: geschreven op basis van wat ervaringsdeskundigen, hulpverleners en lotgenotengroepen ons vaak vertellen. Namen, plaatsen en details zijn veranderd, zodat niemand herkenbaar is. Wil je jouw verhaal delen? Laat het ons weten, we nemen echte verhalen graag op, met jouw toestemming. Deel je verhaal.