“Ik kon precies vertellen hoe het met hem ging. Op de vraag hoe het met mij ging had ik geen antwoord.”
Het sloop erin
Na zijn beroerte was ik er vanzelf. Medicijnen, afspraken, oefeningen, verzekering. Ik dacht: dit is tijdelijk.
Drie jaar later stond mijn hele week in dienst van zijn week. Vrienden vroegen hoe het met hem was. Ik gaf keurig antwoord.
Het moment
Ik werd boos op hem omdat hij zijn jas niet aankreeg. Boos op iemand die het niet kan. Dat schrok me zo af dat ik die avond de huisarts heb gebeld.
Wat hielp
Er kwam twee ochtenden per week iemand langs. Ik heb daar vier maanden nee tegen gezegd, want dat voelde als falen. Het waren de twee ochtenden die de rest mogelijk maakten.
Ik ben ook naar een groep voor mantelzorgers gegaan. Daar mocht ik hardop zeggen dat ik af en toe weg wil, zonder dat iemand schrok.
Nu
Ik zwem op dinsdag. Dat is geen wonder, wel het enige uur waarin niemand iets van me wil.
Als je voor iemand zorgt: regel hulp voordat je hem nodig hebt. Wachten tot het moet is precies te laat.
Wat hielp
- Twee vaste ochtenden hulp thuis
- Een groep voor mantelzorgers waar niets gek was
- Eén uur per week dat alleen van mij is
Wat niet hielp
- Wachten tot ik het echt niet meer kon
- Alles zelf willen doen omdat niemand hem zo goed kent
Ken je iemand die dit leest en denkt: dat ben ik?
Doorsturen kost een tel en kan het begin zijn van iets.
Dit zijn samengestelde ervaringsverhalen: geschreven op basis van wat ervaringsdeskundigen, hulpverleners en lotgenotengroepen ons vaak vertellen. Namen, plaatsen en details zijn veranderd, zodat niemand herkenbaar is. Wil je jouw verhaal delen? Laat het ons weten, we nemen echte verhalen graag op, met jouw toestemming. Deel je verhaal.


